Klik hier voor de webversie  
 

Nieuwsbrief afdeling Amsterdam en Diemen

Rouw en Verlies

Juli 2017

 

In deze nieuwsbrief informeren wij je over het thema Rouw en Verlies 

 

Van asbestemming tot zakdoekjesboom 

Op 19 mei bezochten de vrijwilligers van Steun bij Rouw het museum Tot Zover in de Nieuwe Ooster. Vrijwilligster Ingrid Jans schreef een verslag van dit bezoek.

 

Op vrijdagmiddag 19 mei spoed ik me naar de Oosterbegraafplaats, waar ik mijn collega-vrijwilligers ontmoet van Steun bij Rouw. Ook in de koffieruimte - “kantine” krijg ik in dit verband niet uit mijn toetsenbord - van het Nederlands Uitvaartmuseum zijn Caren en Ellis, de twee vrijwillig coördinatoren. Aan hun doortastendheid hebben we een bezoek aan dit museum, “Tot Zover” genaamd, en een rondleiding met gids Thea over de begraafplaats, te danken.

 

De Nieuwe Ooster oogt bij binnenlopen ruim van opzet, en heeft zelfs een portiershuisje met warempel een portier. Mijn vraag waar mogelijk de zakdoekjesboom staat, speelt hij door aan gids Thea, zo blijkt later. Dat onze gids oorhangers in de vorm van een ginkgoblaadje draagt, is niet toevallig: behalve een begraafplaats en crematorium is De Nieuwe Ooster ook een gedenkpark met een grote collectie loof- en naaldbomen – een bomenpark dus ofwel een arboretum.  De ginkgo of Japanse notenboom staat symbool voor onveranderlijkheid, hoop, liefde, toverkracht, tijdloosheid, en een lang leven (Wikipedia).

 

In het museum luister ik via een koptelefoon naar verhalen over uitvaartrituelen uit diverse culturen en religies, met beelden en voorwerpen in en boven houten grafkisten. Stemmen van een Imam en een Pandit, maar ook die van een vader van een jongeman die zijn eigen uitvaart tot in de puntjes orkestreerde. Intiem en leerzaam, zo ervaar ik deze verhalen. In een andere zaal hangen foto’s uit catalogi van grafkisten; feilloos herken ik die van mijn dochter en zie ons weer de houten, ronde pinnen aandraaien. Niet dralen, op naar de koffie.

 

Gids Thea reikt ons een plattegrond aan, en stemt de wandeling af op onze interesses. Springer heeft het park in 1894 ontworpen en aangelegd, het oudste deel van het park dan met al zijn kronkelpaden en -paadjes. Taxusbomen en populieren omlijsten vanaf de achterpoort van het grote crematorium de “Laan naar de hemel”. De man was landschapsarchitect, zover is duidelijk. We struinen langs kindergraven, praten intussen over de groeiende aandacht voor ouders van baby’s die voor hun geboorte overlijden. Op moederdag krijgen zij een bloemetje of plantje van De Nieuwe Ooster, zo begrijp ik.

 

Wat verder indruk maakt op ons is het monument voor lichaamsdonoren waar nabestaanden die dat willen hun dierbare overledene kunnen gedenken. Er is dan immers geen lichaam meer dus ook geen specifieke plek. Ook bij het water met de “drijvende” urnen staan we langer stil. We horen muziek en passeren een op een graf zittende man, in gedachten verzonken. Er is ruimte voor rouwen op deze begraafplaats, zelfs een incidentele Chinese vuurpijl om de boze geesten te verdrijven wordt oogluikend toegestaan. Tenslotte de Roma-graven, die bijna als reünieplek fungeren voor de reizende Roma-families, compleet met afbeelding van Mercedes op de voorkant van de grafsteen en paard-en-wagen op de achterkant… En zowaar: een bloeiend zakdoekenboompje!   

 

Afdeling Amsterdam en Diemen


humanitas.nl

www.facebook.com

www.twitter.com

www.linkedin.com

Tekstkader

Wilt u liever geen mails van Humanitas ontvangen,
klik dan HIER om u af te melden.